4-GRPI, onder commando van
luitenant-kolonel J.J. Harkema, vertrok op 4 juni 1947 naar Indonesië,
waar men op 14 juli te Semarang ontscheepte. Het ataljon was een onderdeel
van de 2e 'Palmboom' Divisie. Reeds na een week liep men patrouilles mee
en toen op 21 juli 1947 de eerste politionele actie begon, werd het bataljon
ingeschakeld. Op 26 juli werd Mranggen bezet, en de daarop volgende dagen
Goeboeg en Demak, tezamen met I-RS. Na enige tijd werd 4-GRPI tezamen met
4Grenadiers en 4-Jagers weer in één Brigade verenigd en werd
4-Prinses Irene, een nieuw gebied in de Perning-sektor, ten noorden van
Modokerto, aangewezen. In november nam 2-4-GRPI en een gedeelte van de
Oost-compagnie deel aan de verdere bezetting van Madoera. De aan 4-GRPI
toevertrouwde sector werd aanzienlijk vergroot door de vaststelling van
de 'status quo' lijn in februari 1948. In april 1948 werd de sector Perning
verwisseld met die van Modjokerto. De eerste maanden heerste er volkomen
rust in dit gebied en hield de TNI zich vrijwel aan de gemaakte afspraken.
Later verslechterde de toestand, door intimidatie en terreur, waarvan de
bevolking het slachtoffer werd. Intussen vertrok begin november 1948 de
bataljonscommandant, de luitenant-kolonel J.J. Harkema, naar Nederland
en het commando werd overgedragen aan de luitenant-kolonel J.H. Boersma,
voordien plaatsvervangend-commandant van 4-Prinses Irene.
De tweede politionele actie
kwam! Op 19 december 1948 werd om 0.00 uur, de status quo-lijn overschreden
en via het Zuiderkalksteengebergte, koers gezet naar de Kederise. De Ie
compagnie (1-4-GRPI) bezette als stootgroep, met 3-2 Regiment Huzanen van
Boreel, Blitar, waar de rest van het bataljon op 22 december aankwam. In
de weken, die daarop volgden, werd Wlingi overgenomen van 2-15 RI, Toeloengagoen
van 2-10 RI, Trenggalek en Lodojo en tal van andere plaatsen bezet. Grote
inspanningen kostte het openhouden van de verkeerswegen. De weg Blitar-Wlingi
kreeg de naam dodenweg en ook de route Blitar-Kediri wemelde van mijn-
en bomtrechters, teweeggebracht door trekbommen, drukmijnen en alle mogelijke
combinaties ervan. Op deze wegen sneuvelden vele Irene-mannen.
Begin augustus 1949 verhuisde
4-GRPI naar het Zuid-Malangse. Na het 'staakt het vuren', werd het in Malang
geconcentreerd. Op 3 maart 1950 volgde de inscheping aan boord van de 'Georgic',
die op 27 maart in Rotterdam debarkeerde.
4-GRPI liet 44 gesneuvelden
achter.
|