5-GRPI (3e 'Drietand' Divisie),
onder commando van luitenant-kolonel S. Jacobson, vertrok op 26 november
1947 met de 'Kota Inten' naar Indonesië waar op 23 december te Padang
werd ontscheept, met uitzondering van de 2e compagnie. Deze ging
door naar Makasar en werd ingedeeld bij 5-RS en bleef daarbij tot het tijdstip
van terugkeer naar Nederland.
De rest van het bataljon
kreeg eerst een korte instructietijd bij de OVWers van 1-8 RI en 1 -Jagers.
In april 1947 kreeg 5-GRPI een eigen vak aangewezen, met namen als Loeboek
Boeaja, Ladang Padi, Goenoeg Sarik, Batoe Basoek, Si Goentoer.
Tijdens de tweede politionele
aktie werd door 5-PRINSES IRENE, Solok bezet. Ondanks tegenslag door
wegversperringen, werden de gestelde aanvalsdoelen op tijd bereikt, waardoor
andere onderdelen Fort de Kock konden bezetten. Na de actie kreeg
het bataljon een gebied te beveiligen, dat groter was dan de provincie
Gelderland. Na de order 'staakt het vuren', moest op 16 december
1949 Solok, waarde bataljonsstaf gevestigd was, worden ontruimd. In Padang,
werd het bataljon geconcentreerd, maar pas in april 1950, vertrok men met
de 'Tabinta' naar Java. In het kamp Tjililitan II, voegde zich ook
weer de 2e compagnie bij het bataljon. Zo was 5-PRINSES IRENE weer
volledig.
Wat had de 2e compagnie tijdens
de afzondering van het bataljon gedaan? Deze compagnie was aanvankelijk
enkele maanden op Celebes gelegerd, maar werd in mei 1948 bij de T-Brigade
ingedeeld. Tijdens de tweede politionele aktie werd zij ondergebracht
bij 5-RS en door de lucht vervoerd naar Djokja. Zij behoorde tot
de eerste onderdelen, die deze stad bezetten. Een half jaar later
moest Djokja worden ontruimd en na een legering in Kalioerang, Brebes en
Koetoardjo, werd de compagnie geconcentreerd in Semarang, vanwaar zij naar
West-Java werd overgebracht.
Met de 'General Black' vertrok
5-PRINSES IRENE op 25 april 1950 naar Amsterdam waar zij op 18 mei 1950
werd ontscheept. In totaal sneuvelden 17 man, waarvan 5 bij de 2e compagnie.
 |