6-GRPI (412 Bat. GRPI,
F-Brigade), onder commando van luitenant-kolonel J.A.G. de Leeuw, vertrok
op 17 september 1948 met de 'Waterman' naar Indonesië en werd op 10
oktober in Tandjok Priok ontscheept. Eerst werd het bataljon gelegerd
in Krawang daarna gedetacheerd bij enkele op West-Java verblijvende onderdelen,
van de Ie Divisie '7-DECEMBER'.
In november 1948 kreeg 6-PRINSES
IRENE een eigen vak in het Krawangse. De bataljonscommandopost kwam
in Tjikampek, later in Poerwakarta. Aan de tweede politionele actie
werd niet deelgenomen, wel aan enkele kleine zuiverings-akties.
Regelmatig worden zoekacties en overvallen
op dessa´s uitgevoerd, tijdens acties als "Bezem" en "Zeekrab". Bij één van de
vele patrouilles buiten het bataljosvak raken de mannen besmet met typhus, wat
uiteindelijk aan twee van hen het leven kost.
In
1950 werd 6-GRPI, in het kader van de repatriëring, geconcentreerd
in posten op de Poentjak en Buitenzorg. Problemen zijn hier de slechte
verbindingen en de communicatie met de vele, vaak ver afgelegen, buitenposten.
Posten als Tempoeran en Pangkalan worden via de lucht bevoorraad. De kostbare
parachutes en containers moeten echter weer per vrachtwagen worden opgehaald...
Met de 'General Mac Rae'
keerde 6-GRPI naar Nederland terug. Op 23 juni 1950 werd in Rotterdam
ontscheept.
6-GRPI liet 16 gesneuvelden
achter. |