
7-GRPI (434 Bat. GRPI,
H-Brigade), onder commando van luitenant-kolonel L. Vriesman,
vertrok op 28 september 1949
met de'Volendam' in de richting van Indonesië. Het werd op 27 oktober1949
te Padang ontscheept. Het is één van de laatste KL-bataljons bestemd voor
Nederlands-Indië en arriveert twee maanden voor de souvereiniteits-overdracht en
na de laatste wapenstilstand.
Na een korte tijd op Sumatra gelegerd te zijn, volgt overplaatsing naar Nieuw
Guinea. Het bataljon krijgt de unieke taak om de orde en rust op Nieuw
Guinea te handhaven. Het eiland wordt namelijk buiten de
soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië gehouden. Verder worden hier Indische
Nederlanders uit Indonesië opgevangen.
Het beveiligen van Nieuw Guinea is natuurlijk een onmogelijke taak: een
bataljon kan moeilijk een gebied ter grootte van half West-Europa verdedigen. In
de belangrijkste plaatsen aan de noordkust worden posten ingericht. Het bataljon
wordt daardoor volledig uit elkaar getrokken.
Op 7 augustus 1950 vertrekt het bataljon van Nieuw Guinea met het M.S.
"Waterman" op weg naar Soerabaja. Twee weken later komen de mannen hier aan en
wordt het bataljon volledig uiteengerukt. Alle Irene-mannen worden ingezet op
plaatsen die door het vertrek van gerepatrieerde militairen waren vrijgekomen.
Het vertrek naar Nederland van de mannen van 7-GRPI zelf vind daarom ook
gespreid plaats. Pas op 29 april 1951 keert de laatste grote groep terug, aan
boord van de "New Australia". Een maand later repatriëren de laatste
Irene-mannen per vliegtuig; zij zijn daarmee de laatste dienstplichtigen die
terugkeren uit Indonesië.
7-GRPI liet 1 gesneuvelde
Ireneman in Indonesië achter. |