
17 (NLD) BG G.F.P.I. TFE-2

Het bataljon voerde als 17 (NLD) Battle Group G.F.P.I. van
begin december 2006 t/m eind maart 2007 de missie ISAF uit in de Afghaanse
provincie Uruzgan. Voor de missie werd het bataljon versterkt met o.m. de
Acie 12 Infbat RvH, Verkpel 11 Tkbat, Vmdpel 14Afdva, alsmede met vele collega’s
van andere eenheden uit het land. Voor de eerste keer na lange tijd waren
er ook weer mariniers bij het regiment gevoegd, omdat het Observer, Monitoring
and Liason Team (OMLT) aanvankelijk onder bevel van het bataljon stond.
De bataljonssamenstelling zorgde voor vele extra koorduitreikingen. Met
trots droegen allen gedurende de uitzending het invasiekoord.
De Ccie zou in ongeveer dezelfde periode de missie EUFOR uitvoeren, zodat
het gehele bataljon gedurende een aantal maanden op uitzending zou zijn.

Poentjak
Het bataljon had als opdracht de Afghaanse autoriteiten te helpen in het
creëren van een stabiele en veilige omgeving, zodat het land verder opgebouwd
kon worden. Het was hierbij van belang om vooral de Hearts and Minds van
de bevolking te winnen. Dit werd gedaan door veelvuldige en veelal meerdaagse
patrouilles uit te voeren en daarbij vooral in gesprek te komen met de bevolking.
Kerntaak van het bataljon was hierbij de veiligheid van de collega’s van
het Provinciale Reconstructie Team te verzorgen, zodat zij hun werk konden
doen. Corruptie, onvoldoende en ongetrainde politie, de weinige aanwezige,
doch betrouwbare soldaten van het Afghaanse leger (ANA) en de tegenstand
van de Taliban waren uitdagingen, waar het bataljon mee te maken kreeg.

Het gros van het bataljon (staf, Acie en Dcie (Acie 12 Infbat RvH)) opereerde
uit vanaf Kamp HOLLAND in Tarin Kowt; de Bcie en het grootste deel van de
SSVcie vanaf Kamp HADRIAN in Deh Rawood. Beide kampen waren nog in opbouw
zodat de eerste periode nog geïmproviseerd moest worden. Om het uitvoeren
van patrouilles te vergemakkelijken en het contact met de bevolking te vereenvoudigen,
werden twee patrouillebases ingericht en door het regiment gedoopt: POENTJAK
en VOLENDAM.

Het bataljon was voor de missie van verschillende voertuigen voorzien. Naast
de vertrouwde YPR beschikte men ook over Patria’s, Bushmasters, Fenneks
en open-MBs. Direct na aankomst werden de eerste patrouilles al zowel bereden,
uitgestegen en te voet uitgevoerd. Dat niet alle Afghanen even blij met
ons waren, bleek wel uit de raketten die op Kamp HOLLAND en POENTJAK werden
afgeschoten en het aantal gevechtscontacten, dat de patrouilles kregen tijdens
hun optreden. Nu betaalde de lange en intensieve voorbereiding op de missie
zich uit en mede daardoor (en een grote dosis krijgsmansgeluk) konden de
mannen en vrouwen van het bataljon zich meer dan staande houden.

Langzaamaan werd de situatie voor de bevolking er toch beter op en vooral
in de omgeving van Deh Rawood waren onze mensen in staat de contacten met
de plaatselijke autoriteiten en de bevolking sterker te maken en uit te
breiden. In de omgeving van Tarin Kowt is het de gehele uitzending onrustig
geweest. De Taliban moest constateren dat zij in een direct vuurgevecht
niet tegen onze mensen waren opgewassen en zij nam in toenemende mate de
toevlucht tot het leggen van geïmproviseerde explosieve (IED), waarbij verschillende
gewonden vielen. Een triest hoogtepunt hierin werd bereikt op 19 januari
toen een zelfmoordaanslag met een auto plaatsvond en een intensief vuurgevecht
ontstond, waarbij vijf zwaargewonden vielen. Naar aanleiding van zijn optreden
bij dit gevecht ontving Sgt Maurice Visser op ….. een dapperheidonderscheiding.
(actualiseren want nog niet uitgereikt, 2 juli gepland maar verschoven)

Hetzelfde peloton werd op 20 maart, tijdens hun laatste verplaatsing terug
naar Kamp Holland nogmaals getroffen door een zelfmoordaanslag met een auto,
dit keer gelukkig zonder slachtoffers aan onze zijde. Op hetzelfde moment
verleende de Bcie in Deh Rawood humanitaire noodhulp omdat de rivier plots
uit zijn oevers was getreden en de bevolking het vege lijf voor het opkomende
water moest zien te redden; een voorbeeld van hoe het bataljon haar taken
onder zeer uiteenlopende omstandigheden moest uitvoeren. De vele (meerdaagse)
patrouilles, het soms extreme weer (hitte en koude) en de veelvuldige gevechtscontacten
met de Taliban, maakte dat de werkdruk hoog was. Dit werd wel bewezen door
het feit dat zelfs de regimentsjaardag op het laatste moment geen doorgaan
kon vinden i.v.m. uit te voeren operaties.

Rond eind maart/begin april 2007 roteerde het bataljon uit en kon tevreden
terugkijken op een intensieve en bewogen missie. In deze missie heeft de
Fuselier van vandaag bewezen ook onder zware omstandigheden zijn mannetje
en vrouwtje te staan en heeft het Regiment haar faam weer waargemaakt.

IFOR
De eerste maal is in de tweede helft van 1996, toen de kern...lees
verder
SFOR-1
Eind 1996 wordt IFOR afgelost door de SFOR-vredesmacht...lees
verder
SFOR-5
Van eind 1998 tot de zomer van 1999 wordt de kern van de Nederlandse bijdrage
aan...lees
verder
KFOR-2
In het voorjaar van 1999 beginnen NAVO-troepen luchtaanvallen op het
voormalige...lees
verder
SFOR-10
In de zomer van 2001 verbleven zo’n 200 Fuseliers op de Balkan...lees
verder
SFOR-13
Op dinsdag 22 oktober 2002 vertrok het voordetachement van 17...lees
verder
SFOR-14
Van mei tot en met november 2003 was de missie SFOR 14 voor de Bcie van...lees
verder
SFIR-5
Medio 2003 zendt onze regering een Nederlands detachement naar het Midden...lees
verder
ISAF
Het bataljon voerde als 17 (NLD) Battle Group G.F.P.I. van begin december
2006 t/m eind maart...
© Stichting Brigade en Garde Prinses Irene, Oirschot. Alle rechten voorbehouden.
Overname alleen na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming. Contact via:
postbus@fuseliers.nl