Een week na "oefening Normandië" was het zover: officieel zou de traditie van de Fuseliers worden overgedragen.
Die vrijdagmorgen, de 10de juli, stroomden de vele genodigden de poorten van de gen.maj. de Ruyter van Steveninckkazerne binnen. Deze genodigden (veteranen van de Brigade en de Indiëbataljons, burgerlijke en militaire autoriteiten, militairen en oud-militairen van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene en het Regiment Limburgse Jagers) werden al aan de poort begroet door een deputatie van het 17de Pantserinfanteriebataljon uit Schalkhaar.
Bij de koffie in de grote Brabantzaal werd er nog eens op gewezen dat deze dag niet alleen een "Fuseliersgebeuren" was maar even zo goed een van de Limburgse Jagers. Tenslotte zou, voordat het 17de Pantserinfanteriebataljon de traditie van het Garderegiment Fuseliers zou kunnen overnemen, eerst vaandel en traditie moeten worden teruggegeven aan de Regimentscommandant Limburgse Jagers.
Om tien over half elf stroomde de Branbantzaal leeg. Onder een dreigend donkere lucht liepen de genodigden naar het heliveld.
Dit veld, een heel groot grasveld en bedoeld als landingsplaats voor helicopters, ligt tegenover de stafgebouwen van het 17de. Aan de rand van het veld is het monument van het Garderegiment Fuseliers geplaatst. Het wordt geëscorteerd door vier 6-pounders en aan de linkerzijde door een AMX (een Frans pantserrupsvoertuig, gebruikt door gemechaniseerde bataljons zoals het 17de tot aan het einde van de jaren tachtig) en aan de rechterzijde door een DAF-YP-408 (een pantserwielvoertuig en gebruikt door gemotoriseerde bataljons zoals het 13de tot september 1988).
Het monument, de vier 6-ponders en de YP-408 waren enkele weken eerder overgebracht vanuit Schalkhaar.
Het 17de Pantserinfanteriebataljon stond al aangetreden op dit heliveld. Nadat genodigden en niet-ingedeelden hun plaatsen hadden ingenomen, bracht troepencommandant majoor Leenhouts rapport uit aan bataljonscommandant luitenant-kolonel Noordzij. Dit vormde het begin van een indrukwekkende militaire ceremonie.
Het intreden van de vaandelwacht van de Limburgse Jagers trok extra aandacht door het feit dat voor het eerst in de geschiedenis van de Limburgse Jagers drie vrouwelijke militairen hiervan deel uitmaakten. Het was even wennen: drie wapperende paardestaarten achter het vaandel, maar "de meiden" deden het goed.
De Commandant Regiment Limburgse Jagers, tevens Provinciaal Militair Commandant Limburg, de luitenant-kolonel N.C.S. Vroom, zei in zijn toespraak met spijt afscheid te moeten nemen van het 17de. Het bataljon heeft de tradities van de Limburgse Jagers op voortreffelijke wijze gedragen. Overste Vroom feliciteerde het Garderegiment Fuseliers met het nieuwe bataljon.
Nadat vaandel en vaandelwacht van de Limburgse Jagers afgemarcheerd waren, op muziek van de kapel van de Limburgse Jagers, deed het vaandel van het Garderegiment Fuseliers zijn intrede, onder begeleiding van de vaandelwacht van het 13de.
De aftredend regimentscommandant en commandant van 13 Painfbat, luitentant-kolonel der Fuseliers J.G.M. Lemmen nam het vaandel van zijn regimentsadjudant en vaandeldrager, a.o.o.i. A. van Empel, in ontvangst. Daarna droeg overste Lemmen het vaandel over aan luitenant-kolonel L. Noordzij, commandant van het 17de Painfbat en vanaf dat moment teven Regimentscommandant Garderegiment Fuseliers.
Voor deze overdracht zei overste Lemmen in zijn toespraak tot de nieuwe Fuseliers dat achter het Fuselier zijn meer schuilgaat dan alleen de uiterlijk waarneembare uitmonstering. "Fuseliers zijn niet beter maar wel anders dan andere militairen. U zult dat pas goed gaan beseffen na Prinsjesdag waar u uw eerste ceremoniële taak zult gaan vervullen."
De wijze waarop het bataljon zich heeft voorbereid op de gebeurtenis stemmen hem en de Fuseliers niet behorend tot het 17de tot grote tevredenheid. "Het is een duidelijk signaal dat de regimentsoverdracht niet alleen door het kader maar ook door de dienstplichtigen wordt gedragen. Vooral de uitreiking van de invasiekoorden tijdens het weekeinde in Normandië, spreken meer tot de verbeelding wat het is Fuselier te zijn dan een uur durende uitleg."
Voordat overste Noordzij het vaandel overgaf aan de nieuwe regimentsadjudant en vaandeldrager, a.o.o.i. H. Choinowski, zei hij:
"Het is voor de eerste keer in de geschiedenis van het 17de Pantserinfanteriebataljon dat een bataljonscommandant tevens regimentscommandant is. We zullen moeten wennen en moeten leren. Ik vraag hierbij uw begrip en steun.
Het handhaven van de traditie is niet alleen een zaak van het bataljon, maar van iedereen die zich bij die traditie betrokken voelt."
Na deze ceremonie volgde een door het bataljon ingestudeerde ceremonie "met een Roosendaals tintje" zoals overste Lemmen het noemde. Op commando "Baret af" en later "baret op" werden namelijk de baretten met het Limburgse Jagers-embleem vervangen voor baretten met het Fuseliersembleem. Tevens werden de Limburgse Jagerssjaaltjes vervangen door de oranje Fuselierssjaaltjes.
Bij het Korps Commando Troepen in Roosendaal wordt, volgens de traditie, na het succesvol voltooien van de opleiding op een zelfde wijze de mutsdas vervangen door de groene baret. Als men bedenkt dat de overste Noordzij bij dit Korps zijn opleiding heeft gehad, kan men dus met recht spreken van een ceremonie met een persoonlijk Roosendaals tintje...
Na deze uitgebreide militaire ceremonie die meer dan een uur in beslag nam en waarbij het weer zich tot ieders verbazing goed hield, werd een zeer drukbezochte receptie gehouden in de Brabantzaal. Ook hier natuurlijk nog een aantal speeches.
Als voorzitter van de Vereniging van Oudstrijders van de Prinses Irene Brigade, bedankte Ruud Hemmes, de commandant van het 13de, overste Lemmen. "We zijn de afgelopen jaren altijd op een buitengewone wijze ontvangen. Op een wijze die we eigenlijk niet eens verdienden maar die we ons, met het stijgen van de jaren, steeds gemakkelijker lieten aanleunen..." Als erkenning daarvoor droeg hij zijn Brigade-dasspeld over aan luitentant-kolonel Lemmen. Verder bedankte hij beide commandanten voor het voortreffelijke weekeinde in Normandië.
Oud-regimentscommandant overste Lemmen had voor zijn opvolger ook nog enkele verrassingen in petto. Niet alleen werden alle souvenirs die het Regiment in de afgelopen jaren had laten maken, kosteloos overgedragen maar ook kon aan het Regimentsfonds een cheque van f 10.000,- worden aangeboden. Dit geld was overgehouden van de jubileumaktiviteiten vorig jaar.
Verder was er een bedrag van f 2500 voor de Stichting Brigade en Garde Prinses Irene, oftewel het regimentsmuseum. Dit museum wordt momenteel ingericht in één van de gebouwen van het 17de. Overste Lemmen bedankte een drietal mensen die zich in de afgelopen jaren hadden ingezet voor het regimentsmuseum, te weten de overstes b.d. J. Spiering en H. Rozendaal en Hans Sonnemans. "Men ziet dit vaak niet maar er komt veel kennis van zaken een vooral tijd voor kijken om dit alles goed te doen." Overste Lemmen bood de drie heren een kadobon aan, "die niet gebruikt mag worden voor de museumaktiviteiten !"
Na een uitstekend verzorgde rijstmaaltijd
kwam het einde van een gedenkwaardige dag. Limburgse Jagers werden Fuseliers.
Een begin is gemaakt. Het groeien van traditie is een kwestie van tijd.
Maandagmorgen 13 juli: een compagnie van het 17de heeft wachtdienst aan
de poort. Voor de eerste keer zijn dan de oranje sjaaltjes dragende Fuseliers
te zien aan de poort van de Oirschotse kazerne.
(c) 1998 Museum Brigade en Garde Prinses Irene, Oirschot. Alle rechten voorbehouden. Reproduceren van getoond materiaal is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het museum. Voor informatie: Hans Sonnemans 040 266 5665/5666 of 0499 370206, sonnemans@iname.com Laatste wijziging 5 maart 1998.