Vrijdag 9 januari 1998, regimentsjaardag, generaal-majoor De Ruyter van Steveninckkazerne te Oirschot: luitenant-kolonel der Fuseliers b.d. en oud-pelotonscommandant Irene Brigade Ton Herbrink stapt uit zijn auto. Zeer verbaasd kijkt hij naar een groep militairen die hem voorbij lopen: ze zijn gekleed in de Engelse khaki battle-dress uit de oorlogsjaren, voorzien van emblemen van de Prinses Irene Brigade. "Waar komen jullie vandaan?" vraagt hij. Glimlachend antwoordt één van hen: "Wij komen net van de opleiding in Wolverhampton!"
Ze waren die regimentsjaardag opvallend aanwezig:
de Prinses Irene Brigadegroep van de Stichting Historische Militaria. ’s
Morgens stonden ze als peloton strak aangetreden op het veld tijdens de
dodenherdenking. De rest van de dag waren ze op diverse plaatsen op de
kazerne te zien, soms compleet met bewapening en uitrusting. Wie zijn dat,
die enthousiastelingen in battle-dress, die deze dag waren uitgenodigd
door de regimentsadjudant?
Re-enactment
De leden van de Prinses Irene Brigadegroep doen aan re-enactment. Een Engelse naam die zoveel betekent als her-opvoeren of naspelen. Er wordt ook wel gesproken over het beoefenen van levende militaire geschiedenis. Het is als het ware een vorm van toneel, een verbeelding van een voorbije werkelijkheid met acteurs, kostuums, rekwisieten en een verhaal dat wordt uitgebeeld. Het is een hobby die in Nederland nog niet op grote schaal voorkomt, in tegenstelling tot het buitenland. Met name in de V.S. en in Engeland zijn er vele duizenden beoefenaars van re-enactment.
De uitgebeelde onderwerpen zijn zeer divers. In
de V.S. is de Amerikaanse Burgeroorlog zeer populair. Er zijn ook groepen
die de Romeinse tijd uitbeelden of Napoleonistische groepen, compleet met
paarden. Uiteraard is de Tweede Wereldoorlog heel populair. Met originele
of nagemaakte uniformen, bewapening en voertuigen worden complete eenheden
tot leven gewekt. Tijdens speciale evenementen en themadagen komen de groepen
bijeen en presenteren zich dan ook vaak aan een meestal zeer groot publiek.
Prinses Irene Brigadegroep
Natuurlijk kon het niet uitblijven: een aantal Nederlandse re-enacters vatte enkele jaren geleden het plan op om de Prinses Irene Brigade te gaan uitbeelden. Er zijn twee groepen van ongeveer 20 man actief: de groep van de Stichting Historische Militaria en een groep uit Bussum, de Stichting Militair Depot.
De Irene Brigadegroep van de Stichting Militair Depot beeldt een stafsectie uit (met staf, administrateur, keukengroep en beveiligingspeloton), alsmede een verbindings- en een verkenningseenheid. Enkele dames vormen een groepje VHK (Vrouwen Hulp Korps). De groep heeft enkele jeeps, motorfietsen (Royal Enfield), een Bedford QL, een Bedford MW en een Daimler Dingo ter beschikking. Een echte Brencarrier staat op de verlanglijst.
"De groep bestaat uit particulieren van diverse
achtergrond, die als gemeenschappelijke hobby hebben het publiek te laten
zien hoe het toen was. Het gaat er daarbij "Nederlands-militair" aan toe,
waarbij er voor wordt gewaakt in fanatisme te vervallen. Deze formule slaat
bij het publiek bijzonder aan", zo schrijft de heer P.A. Vermeulen,
voorzitter van Stichting Militair Depot.
De groep van de Stichting Historische Militaria, aanwezig tijdens de regimentsjaardag, beeldt een infanteriesectie uit. Ze oefenen zich in exercitie en schijngevechten. Ze zijn uitgerust met twee jeeps en een motorfiets. Ook in deze groep zijn een aantal VHK-sters ingedeeld.
"De
re-enactmentgroep "Prinses Irene Brigade" is opgericht in het besef dat
er over de bijdragen van de Nederlandse eenheden aan het herovering van
Europa weinig bekend is en dat nog steeds een gebrek aan erkenning overheerst.
Door op bevrijdings- en andere herdenkingsaangelegenheden, zowel in Nederland
als in het buitenland, naar voren te treden, trachtten wij de aanwezigheid
van de Nederlandse troepenmacht onder de aandacht te krijgen", aldus
Frits Peper, secretaris van de Stichting Historische Militaria.
Re-enactmentgroepen en het museum
Officieel was er tot december vorig jaar nooit contact
geweest met de Vereniging van Oud Strijders van de Irene Brigade, het
Garderegiment Fuseliers Prinses Irene en/of het regimentsmuseum. Jammer,
want het dragen van naam en onderscheidingstekens en het op deze repre-senteren
van een eenheid brengt verantwoordelijkheden met zich mee. Een dialoog
hierover met vertegenwoordigers van oud-strijders en traditievoortzetters
zou voor de hand moeten liggen. Ver-der is het verwonderlijk dat de twee
groepen tot voor kort nooit gebruik hebben gemaakt van de kennis die aanwezig
is over hun historische onderwerp in met name het regimentsmuseum.
Inmiddels heeft de groep die aanwezig was de regimentsjaardag een bezoek gebracht aan het regimentsmuseum. Op 13 december waren de re-enacters in het museum en namen deel aan een speciaal programma, georganiseerd door conservator Hans Sonnemans. In een lezing met films en materiaal uit het depot werd de kennis op het gebied van uniformen en emblemen, geschiedenis en organisatie van de Irene Brigade bijgespijkerd. Het werd een geslaagde dag zowel voor deelnemers als organisatie.
Met name in Engeland wordt door militaire musea
steeds vaker gebruik gemaakt van re-enactmentgroepen. Het publiek vindt
de presentatie een prachtige aanvulling op de gebruikelijke en dus statische
museumcollectie. Toegegeven, een peloton "levende" Brigademilitairen is
een bijzonder gezicht!
Toch kleven er ook museale nadelen en bezwaren aan
deze hobby. Een belangrijke taak van een museum is het behouden van een
object, dat wil zeggen het zo lang mogelijk behoeden voor natuurlijk verval.
Museumobjecten moeten worden beschermd tegen schadelijke invloeden van
licht, klimaat, ongedierte en beschadigingen door bezoekers of medewerkers
van het museum zelf. Daarvoor worden diverse en vaak dure maatregelen getroffen.
Re-enacters willen een uniform of uitrustingsstuk
actief gebruiken. Natuurlijk zijn ze bijzonder zuinig op hun spullen maar
door het dragen en het blootstellen aan allerlei gevaren wordt het behoud
altijd bedreigd. In de meeste gevallen wordt daarom ook wel gebruik gemaakt
van bijvoorbeeld nagemaakte uniformen of rekwisieten.
Toch zijn vrijwel alle re-enacters particuliere
verzamelaars. Het is daarom niet denkbeeldig dat iemand een bijzonder authentiek
uniform, een helm met originele beschildering of een ander waardevol museaal
voorwerp als re-enactmentvoorwerp gaat gebruiken. Iets dergelijks bezorgt
een conservator van een
museum, dus ook ons regimentsmuseum, tranen in
de ogen!
Verder zijn particuliere collecties natuurlijk niet te controleren. Een nu enthousiast en serieus verzamelaar kan over een kortere of langere periode zijn verzameling de deur uitdoen. Soms is hiermee veel geld gemoeid en blijven voor een museum zeer waardevolle stukken altijd buiten bereik. Concurrentie met een grote groep verzamelaars kan daarom voor een museum heel bedreigend werken.
Natuurlijk kan het allemaal ook heel goed
gaan en daarvan zijn ook vele voorbeelden in de praktijk. Voorwaarde is
dan wel dat een re-enacter verantwoord met zijn verzameling/re-enactmentmateriaal
omgaat, objecten van museale waarde niet misbruikt en eventueel bereid
is om bij opheffing van een verzameling bepaalde waardevolle stukken aan
een museum (lees in ons geval: Irene brigadegroepen en regimentsmuseum)
af te staan (door ruiling, verkoop of bruikleen).
Het museum op haar beurt kan dan steun verlenen
aan de re-enacters door middel van het verstrekken van historische informatie,
samenwerking bij tentoonstellingen, presentaties en dergelijke.
Afspraken
Verder is het natuurlijk belangrijk dat bepaalde
afspraken die de re-enactmentgroepen onderling en meestal mondeling maken
worden vastgelegd. Zo is er blijkbaar een afspraak dat het invasiekoord
niet zal worden gedragen, er geen rangonderscheidingstekens worden gedragen
door hen die daar geen recht op hebben (dus een re-enactment-sergeant is
sergeant bij de Nationale Reserve of is dienstplichtig sergeant geweest),
er geen dapperheids- en/of herinneringsmedailles worden gedragen etc. Dit
soort afspraken zijn van belang, zeker voor vertegenwoordigers van oudstrijders
en traditievoortzetters.
Het is geweldig als enthousiaste mensen je naam
en geschiedenis willen uitdragen maar je wilt dan wel weten door wie dit
gebeurt en op welke wijze!
Hans Sonnemans
(c) 1998 Museum Brigade en Garde Prinses Irene, Oirschot. Alle rechten voorbehouden. Reproduceren van getoond materiaal is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het museum. Voor informatie: Hans Sonnemans 040 266 5665/5666 of 0499 370206, sonnemans@iname.com Laatste wijziging 5 maart 1998.