HET VERHAAL ACHTER HET ONTWERP


HET "RODE PAK" VAN DE FUSELIERS

 De ontwerper

De "paus" van de Nederlandse uniformkunde kan hij worden genoemd. Kenners van Nederlandse militaire geschiedenis weten dan al wie ik bedoel: F.J.H.Th. Smits sr., gepensioneerd ambtenaar van het Ministerie van Defensie. Begin tachtig is hij nu, enorm vitaal en nog steeds bezig met dat wat hem zijn hele leven heeft gebiologeerd: het ontwerpen van uniformen, emblemen en onderscheidingen.
 

Zijn hele leven heeft hij zich hiermee bezig gehouden. Zijn hele huis in Voorburg is een militair museum, zijn archief een paradijs voor onderzoekers en geïnteresseerden op militair-historisch gebied. Deze passie schijnt zelfs erfelijk te zijn want ook zijn twee zoons zijn met het virus besmet geraakt: beiden zijn conservator in een militair museum, Erik in het Mariniersmuseum in Rotterdam, Frans in het Legermuseum in Delft.
 

Weinig ontwerpers kunnen zeggen dat eigenlijk iedereen hun ontwerpen kent. Dat geldt zeker wel voor Frans Smits sr. Hij is de ontwerper van de Nederlandse regiments- en dienstvakemblemen van na de oorlog (in ieder geval van alle emblemen die in 1947 geïntroduceerd werden). De op het officiersembleem van de Irene Brigade geïnspireerde banderol van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene komt dus ook van zijn tekentafel. Evenals de ontwerpen van het Oorlogsherinnerings Kruis, het Ereteken voor Orde en Vrede, het Verzetsherdenkingskruis, de Libanon-medaille. Verder ontwierp hij alle ceremoniële tenues van de Koninklijke Landmacht. Dit is dan nog maar een kleine opsomming van ontwerpen uit een lange en rijke ontwerperscarriérre.

Het ceremoniële tenue van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene is dus ook van de hand van Frans Smits sr. In de loop van de afgelopen vijftig jaar heeft het wat kleine wijzigingen ondergaan. Het basis-ontwerp van het "rode pak" waar de Fuseliers zo trots op zijn, is steeds overeind gebleven.

 Ontwikkeling van een idee

Je staat er nu niet meteen meer bij stil maar het ceremoniële- of galatenue verdween in het begin van deze eeuw. In de mobilisatietijd van '14 - '18 kwam het grijs-blauwe pak er voor in de plaats. Alleen voor officieren bleef het bestaan en zorgde bij officiële gelegenheden voor een enorm contrast met de troep. In 1939 ontvingen de regimenten van de toen bekende Rotterdammer D.C. van Beuningen een fonds waaruit een nieuw te ontwerpen ceremoniële tenue zou kunnen worden gefinancierd. Voordat er zelfs maar aan uitvoering kan worden gedacht, werpt de uitbrekende oorlog roet in het eten.
 

Na de oorlog breekt een andere tijd aan, zeker ook voor Frans Smits. Na een periode in Brabant ondergedoken te hebben gezeten, gaat hij in het bevrijde Den Haag op zoek naar werk. Via een relatie komt hij terecht bij het Militaire Kabinet van de Minister van Oorlog. De kolonel van de Generale Staf M.R.H. Calmeijer neemt hem in dienst als illustrator-ontwerper. Eindelijk kan hij in de slag op het gebied dat hem altijd heeft geboeid. Hij was al geen onbekende meer in de militaire wereld want in 1937 werd zijn ontwerp voor een nieuw grijs landmachtuniform al bekroond.
 

In 1948 zal het gouden regeringsjubileum van Koningin Wilhelmina worden gevierd. Tevens zal in hetzelfde jaar bekend worden gemaakt dat zij afstand van de troon gaat doen en dat Prinses Juliana als nieuwe koningin zal worden ingehuldigd. De Nederlandse krijgsmacht zal zich uiteraard bij deze gelegenheden moeten presenteren. Weer komt het idee van de nieuw te ontwerpen gala-uniformen weer boven. Begin
'47 wordt daarom uit de bestaande Uniformcomissie een commissie ad hoc geformeerd, belast met ontwerp en uitvoering hiervan.
 

Smits maakt geen deel uit van deze commissie. In zijn vrije tijd is hij al lang bezig met het maken van ontwerpen voor gala-uniformen, puur uit liefhebberij. Voor wat betreft het uniform van het Regiment Prinses Irene werd hij geïnspireerd door een schets van de kapitein der Genie H. Lohmeijer. De kapitein had zijn ontwerp een sterk Britse inslag gegeven, uiteraard in verband met de Britse oorsprong van het regiment.

Voorjaar 1948 presenteert de commissie ad hoc de plannen voor de nieuwe gala-uniformen. Na een zeer lange discussie concludeert de Chef van het Militair Kabinet kolonel Calmeijer: "Heren, als ik het goed begrijp is er nog niets!" Als de heren commissieleden weer zijn vertrokken, verzucht de geplaagde kolonel tegen zijn medewerkers: "Wat nu?" Dat is dan het moment van Frans Smits. Hij legt zijn ontwerpen op tafel. Hij kan in dat stadium zelfs een keuze bieden uit een drietal alternatieven.
 

- Een duur ontwerp, gebaseerd op de indrukwekkende gala-uniformen uit 1829

- Een vereenvoudigde versie hiervan

- Een uitwijkmogelijkheid, namelijk een opgesierde khaki battle-dress.
 

Er wordt gekozen voor het duurste ontwerp waarbij rekening moet worden gehouden met de fondsenwerving.

 

Uitwerking van het idee
 

De uniformen staan dus op papier maar aan de voorbereiding van de vervaardiging of de materiaalinkoop is nog niets gedaan. Bepaald wordt dat de uniformen het geschenk zullen vormen dat het Nederlandse volk Koningin Juliana bij haar inhuldiging zal aanbieden. Het Fonds - van Beuningen vormt het beginkapitiaal en het Comité - Inhuldigingsgeschenk zal de rest van de benodigde f. 300.000,- aanvullen.
 

De ontwerpen voor de uniformen van de regimenten Grenadiers, Jagers en Prinses Irene krijgen inmiddels definitief gestalte op de tekentafel. Het ontwerp Lohmeijer dient voor Prinses Irene als uitgangspunt. Het is gebaseerd op de scharlaken rode Engelse jas en de zwarte helm van het model zoals dat in het einde van de 19e eeuw bij de Britse infanterie werd ingevoerd. Om de herinnering te bewaren aan de verschillende wapens die deel uitmaakten van de Irene Brigade wordt op de mouwomslagen een infanterie-, artillerie, en genieknoop bevestigd. De rozetten aan weerszijden van de helm en de kinketting zijn afkomstig van de kolbak van de Cavalerie terwijl de piek van de helm aan de Mariniers herinnert. Als helmplaat dient de vijfpuntige "invasiester".
 

De regimenten Grenadiers, Jagers en Prinses Irene krijgen op 28 mei 1948 officieel de status van Garderegiment. Weliswaar werden Grenadiers en Jagers - opgericht om onder het oog van de Vorst te dienen - als Garde beschouwd maar officieel werden ze nooit zo betiteld.
 

De uitvoering van de ontwerpen komt koortsachtig op gang. De Nederlandse industrie is in 1948 nog niet echt ingesteld om in korte tijd een groot aantal gala-uniformen te produceren. De beschikbare tijd blijkt erg krap. Er moeten overwerkvergunningen worden verstrekt. Ergens blijkt nog een partij voor-oologs blauw laken beschikbaar te zijn. Nieuw laken in andere kleuren wordt aangemaakt.

De helmen voor het Prinses Irene-pak vormen een probleem. Op echt het allerlaatste moment blijkt er in de Rotterdamse haven een zending Engelse politiehelmen uit 1940 opgeslagen te liggen die ooit voor de Rotterdamse gemeentepolitie waren bestemd. Onder het Duitse regime werd de keuze voor dit Engelse model natuurlijk ongedaan gemaakt. Deze helmen lenen zich prima voor dit doel en het is bovendien een snelle en goedkope oplossing.
 

Uiteindelijk komen de in totaal 425 uniformen op tijd gereed. Daags voor de inhuldiging worden de compagnieën in kamp Zeeburg in Amsterdam gekleed. Smits moet er nog wel even naar toe met het zwaard van de tamboer-maitre van de Koninklijke Militaire Kapel. Dat was spoorloos maar kwam op het allerlaatste moment in het legermuseum boven water!

Het optreden van de garderegimenten, strak marcherend in hun kleurrijke ceremoniële uniformen, slaat geweldig aan bij het publiek dat aanwezig is om de inhuldigingsplechtigheid mee te maken. Het is zeker voor Nederlandse begrippen en ook gezien de sobere tijd van net na de oorlog, dan ook een groots spektakel met pracht en praal. Enkele maanden later worden de uniformen op symbolische wijze aan Koningin Juliana aangeboden. Operatie "ceremoniële tenue" was daarmee geslaagd.
 

Voor Smits sr. is dit alles slechts een hoofdstuk uit zijn carriére! Nog steeds is hij bezig met ontwerpen. Voor een nieuw ontwerp dat de huidige dagelijks tenue bij de Koninklijke Landmacht moet gaan vervangen zijn alweer een aantal schetsen gemaakt. Als de plannen doorgaan zal Smits sr. ook voor de komende 50 jaar een stempel op de Garderegimenten drukken!
 

(c) 1998 Museum Brigade en Garde Prinses Irene, Oirschot. Alle rechten voorbehouden. Reproduceren van getoond materiaal is niet toegestaan zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van het museum. Voor informatie: Hans Sonnemans 040 266 5665/5666 of 0499 370206, sonnemans@iname.com Laatste wijziging 5 maart 1998.