Op 15 april 1946 wordt het Regiment Prinses Irene opgericht en ingedeeld bij het
2de Infanterie Depot te Arnhem. Hier, op de Menno van Coehoornkazerne
en de Saksen Weimarkazerne, worden de vijf Indië-bataljons opgeleid.
In 1953 wordt de opleiding opnieuw gereorganiseerd. Voor het Garderegiment
Fuseliers heeft dit tot gevolg dat de basisopleiding wordt samengebracht met de
Garderegimenten Grenadiers en Jagers in het 1e (Garde-)
Infanteriedepot op de Frederik Hendrikkazerne te Vught.
Regimentscommandant en vaandel verblijven hier en ook wordt er een jaar later
het eerste museum ingericht. Het 411e bataljon wordt het parate
bataljon van het regiment en het verhuist van Ermelo naar de Westenbergkazerne
te Schalkhaar.
In 1965 worden de vredesregimenten bij de opleidingsdepots opgeheven. De
regimentstaken gaan over naar het inmiddels tot 13 Pantserinfanteriebataljon
omgenummerde parate bataljon van de Fuseliers op de Westenbergkazerne te
Schalkhaar.