In 1959 wordt het 411e bataljon Garde Fuseliers Prinses Irene
omgenummerd tot 13 Infanteriebataljon GFPI en ingedeeld bij de 1e
Divisie "7 December". Vanaf 1 november 1960 verandert dit in 13
Pantserinfanteriebataljon.
Oktober 1967. Westenbergkazerne, parade ter ere van de commando-overdracht van Lkol J. Smits aan Lkol Th. J. van Besouw.
Fuseliers oefenen in Kamp Vogelsang, ergens begin jaren zeventig.
Maart 1976, Kamp Vogelsang. Links vooraan staat compagniescommandant kapitein C. Nicolai.
Regelmatig bezoekt Prinses Irene het bataljon. Een bezoek in 1972. Hier ontmoet ze de mascotte van een compagnie.
Dit bezoek in 1981 zal het laatste bezoek aan het parate bataljon zijn.
De YP-408, het pantservoertuig van de gemechaniseerde infanterie. In gebruik van 1960 to 1987.
Oktober 1967. Westenbergkazerne, parade ter ere van de commando-overdracht van Lkol J. Smits aan Lkol Th. J. van Besouw.
Vanaf juli 1965 worden alle regimentstaken overgedragen aan 13 Painfbat GFPI,
vanwege de opheffing van de vredesregimenten bij de opleidingsdepots. Vaandel en
museum verhuizen van Vught naar Schalkhaar.
Het bataljon wordt gevuld met de dienstplichtigen. De Fuseliers oefenen met
hun pantserwielvoertuigen YP-408 regelmatig op de grote oefenterreinen
Sennelager, Vogelsang en Bergen-Hohne. In 1959 maken de Fuseliers als één van de
eerste Nederlandse landmachteenheden gebruik van het Franse oefengebied bij het
dorp La Courtine.
In de tweede helft van de jaren tachtig ondergaat het bataljon een
belangrijke verandering door de invoering van de pantserrupsvoertuigen YPR-765.
Voorbij is dan de tijd dat een compagniescommandant zo de poort kan uitrijden.
Nu is een complexe voorbereiding noodzakelijk, omdat de rupsvoertuigen met een
dieplader en een trein naar een oefenterrein verplaatst moeten worden.
Het bataljon draagt het "gevoel" van het Garderegiment Fuseliers Prinses
Irene altijd heel actief uit. Een absoluut hoogtepunt hierbij is de viering van
het 50-jarig jubileum in augustus 1992. Er wordt zelfs een estafette gelopen van
Normandië naar Den Haag.
Begin jaren negentig ondergaan de internationale verhoudingen ingrijpende
veranderingen. De omwentelingen in de Oost-Europese landen en de Duitse
eenwording maken de kans op een grootschalig Oost-West conflict in Europa
minder.
De landmacht reorganiseert en besluit onder meer een luchtmobiele brigade te
vormen. Het 13e bataljon zal gaan fungeren als schoolbataljon voor
deze brigade.
Omdat alleen een paraat bataljon de traditie van het Garderegiment kan
voortzetten, wordt besloten die traditie over te dragen aan een nieuwe eenheid,
namelijk 17 Panterinfanteriebataljon in Oirschot, op dat moment behorend tot het
Regiment Limburgse Jagers.