Na de plotselinge inval van de
nazitroepen in Nederland in mei 1940, wijken enkele onderdelen van het
Nederlandse leger uit naar het Verenigd Koninkrijk. Op deze wijze kunnen ze hier
de strijd voortzetten in een eigen Nederlands onderdeel. Op 11 januari
1941 wordt de Koninklijke Nederlanse Brigade opgericht. Op 27 augustus ontvangt
deze eenheid een eigen vaan del en de erenaam "Prinses Irene".
De Koninklijke
Nederlandse Brigade "Prinses Irene" verblijft inmiddels in een eigen kamp,
een groot en modern complex, gebouwd op het landgoed van Lord Wrottesley nabij Wolverhampton. "Wrottesleypark" wordt jarenlang de thuisbasis van de brigade.
Het zal echter nog jaren gaan duren eer de Nederlandse eenheid in actie
zal komen.
Vanuit de hele
wereld arriveren mannen met de Nederlandse nationaliteit om de brigade
te versterken. Ze komen uit zo,n 27 landen. Grote detachementen komen vanuit
een opleidingskamp in Canada (een verzamelplaats voor Canada, de V.S. en
Zuid-Amerika) en uit Zuid Afrika. Velen komen ook individueel, bijvoorbeeld
de zogenaamde Engelandvaarders (Nederlanders die vanuit het bezette gebied,
vaak na lange omzwervingen, Engeland bereiken).
Velen vertrekken
ook weer uit Wrottesleypark: om deel te gaan uitmaken van de net opgerichte
commando-eenheid (Nr. 10 (Dutch) 2 Troop), de luchtmacht, kanonnier op
de koopvaardij, geheim agent. Ook wordt er een groot detachement naar Suriname
gezonden.
Als de geallieerde
invasie in Normandië begint (juni 1944) heeft de brigadecommandant
een ernstig personeelsprobleem. De Engelsen
willen zijn eenheid alleen naar de "overkant" laten gaan als een gestelde
minimale sterkte wordt bereikt. Hiervoor zijn 100 militairen nodig. De
oplossing wordt gevonden: vanuit de V.S. arriveren 100 man van het
Korps Mariniers. Deze mariniers, onder bevel van kapitein der mariniers
H.P. Arends, worden ingedeeld bij de tweede gevechtsgroep.
schouderembleem voor battle-dress uniform Schouderembleem van een officier van de Irene Brigade, service dress uniform Mouwembleem voor vrijwilligers uit Zuid-Afrika ("Springbok") Embleem voor vrijwilligers uit Canada ("Mapleleaf") Oorlogsherinneringskruis, toegekend aan militairen van de Irene Brigade, met gespen "Krijg te land 1940-1945" en "Normandië 1944"
schouderembleem voor battle-dress uniform
Begin augustus
'44 vertrekt de brigade naar Normandië. Nabij het kasteel St.Come
bij het dorpje Breville krijgen de Irenemannen hun vuurdoop. Door hevig
mortiervuur valt hier ook al snel de eerste dode. Na weken doorgebracht
te hebben in deze "Hell Fire Corner" wordt de opmars ingezet. Samen met
enkele andere geallieerde eenheden (waaronder een eenheid van de Belgische
Brigade Piron) wordt het Normandische stadje Pont Audemer ingenomen. Kort
na dit eerste wapenfeit gaat het door naar België.
Na een zegetocht
door Brussel volgt een bloedige overval door achtergebleven Duitse tanks.
Op 6 september wordt Beringen bereikt. Hier voorkomt de brigade een Duitse
aanval op het daar juist gevestigde bruggehoofd.
Op 17 september
'44 gaat operatie Market-Garden van start (een gecombineerde luchtlandings-grondoperatie
in de richting van Arnhem). De brigade maakt deel uit van het grondleger
en passeert in de nacht van 20 op 21 september de Nederlandse grens.
Het geplande einddoel Apeldoorn wordt nooit bereikt, in plaats daarvan
vervult de brigade wekenlang bewakingstaken bij de bruggen van Grave.
Half oktober
volgt de verplaatsing naar het Wilhelminakanaal ter hoogte van Oirschot,
ter beveiliging van het vliegveld. De volgende operatie is de verovering
van Tilburg. Na zware gevechten lukt het de brigade niet vanuit Hilvarenbeek
tot in de stad door te dringen. Tilburg wordt op 26 oktober door de 15de
Schotse Divisie ingenomen.
De winter van '44
en '45 wordt doorgebracht op Walcheren. De ingenomen Zeeuwse eilanden moeten
worden beveiligd tegen overstekende Duitse patrouilles. Vanwege de vele
aanwezige mijnen gebeuren daar nog veel ongelukken.
De laatste actie
van de brigade vindt plaats in april 1945 bij Hedel, ten noorden van 's
Hertogenbosch. De inname van het dorpje moet een bruggehoofd over de Maas
vormen en een toegang tot de Bommelerwaard. Na vier dagen van felle strijd
moet de brigade terugtrekken want de gehele operatie wordt door de Britse
commandant afgelast. De voorbereiding van de Duitse capitulatie is begonnen.
Op
5 mei is het zover: de Brigade vertrekt naar Wageningen. Vanuit Wageningen
gaat het enkele dagen later naar 's
Gravenhage. De stad wordt op 8 mei bereikt en als eerste geallieerde eenheid
trekt de brigade de stad binnen. Het
einde van de oorlog betekent ook het einde voor de brigade. Eind december
1945 is de Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" officieel opgeheven.
Het vaandel, onderscheiden met de
Militaire
Willemsorde der 4de klasse, wordt ingeleverd.
|