Geschiedenis
De geschiedenis van het Garderegiment Fuseliers Prinses Irene begint op 11 januari 1941, als de Koninklijke Nederlandse Brigade in Congleton (UK) wordt opgericht.
Een jonge geschiedenis maar wel een levendige en boeiende. Werd de Brigade vernoemd naar "vrede" (Irene betekent in het Grieks "vrede"), de bataljons van het Regiment Prinses Irene zetten zich na de oorlog in het toenmalige Nederlands Indië in voor herstel van orde, rust en vrede.
Fuseliers van het huidige parate bataljon hebben diverse malen bijgedragen aan de handhaving van vrede in Bosnië, Kosovo, Cyprus.
Inval
Na de plotselinge inval van de nazi-troepen in Nederland in mei 1940, wijken enkele onderdelen van het Nederlandse leger uit naar het Verenigd Koninkrijk. Op deze wijze kunnen ze hier de strijd voortzetten in een eigen Nederlands onderdeel. Op 11 januari 1941 wordt de Koninklijke
Nederlandse Brigade opgericht. Op 27 augustus ontvangt deze eenheid een eigen vaandel en de erenaam "Prinses Irene".
Eigen kamp
De Koninklijke Nederlandse Brigade "Prinses Irene" verblijft inmiddels in een eigen kamp, een groot en modern complex, gebouwd op het landgoed van Lord Wrottesley nabij
Wolverhampton. "Wrottesleypark" wordt jarenlang de thuisbasis van de brigade. Het zal echter nog jaren gaan duren eer de Nederlandse eenheid in actie zal komen.
Engelandvaarders
Vanuit de hele wereld arriveren mannen met de Nederlandse nationaliteit om de brigade te versterken. Ze komen uit zo,n 27 landen. Grote detachementen komen vanuit een opleidingskamp in Canada (een verzamelplaats voor Canada, de V.S. en Zuid-Amerika) en uit Zuid Afrika. Velen komen ook individueel, bijvoorbeeld de zogenaamde Engelandvaarders (Nederlanders die vanuit het bezette gebied, vaak na lange omzwervingen, Engeland bereiken).
Commando-eenheid
Velen vertrekken ook weer uit Wrottesleypark: om deel te gaan uitmaken van de net opgerichte commando-eenheid
(Nr. 10 (Dutch) 2 Troop), de luchtmacht, kanonnier op de koopvaardij, geheim agent. Ook wordt er een groot detachement naar Suriname gezonden.
100 man extra
Als de geallieerde invasie in Normandië begint (juni 1944) heeft de brigadecommandant een ernstig personeelsprobleem. De Engelsen willen zijn eenheid alleen naar de "overkant" laten gaan als een gestelde minimale sterkte wordt bereikt. Hiervoor zijn 100 militairen nodig. De oplossing wordt gevonden: vanuit de V.S. arriveren 100 man van het Korps Mariniers. Deze mariniers, onder bevel van kapitein der mariniers H.P.
Arends, worden ingedeeld bij de tweede gevechtsgroep.
Vuurdoop
Begin augustus '44 vertrekt de brigade naar Normandië. Nabij het kasteel St.Come bij het dorpje Breville krijgen de Irenemannen hun vuurdoop. Door hevig mortiervuur valt hier ook al snel de eerste dode. Na weken doorgebracht te hebben in deze "Hell Fire Corner" wordt de opmars ingezet. Samen met enkele andere geallieerde eenheden (waaronder een eenheid van de Belgische Brigade Piron) wordt het Normandische stadje Pont Audemer ingenomen. Kort na dit eerste wapenfeit gaat het door naar België.
Na een zegetocht door Brussel volgt een bloedige overval door achtergebleven Duitse tanks. Op 6 september wordt Beringen bereikt. Hier voorkomt de brigade een Duitse aanval op het daar juist gevestigde
bruggenhoofd.
Market-Garden
Op 17 september '44 gaat operatie Market-Garden van start (een gecombineerde luchtlandings-grondoperatie in de richting van Arnhem). De brigade maakt deel uit van het grondleger en passeert in de nacht van 20 op 21 september de Nederlandse grens. Het geplande einddoel Apeldoorn wordt nooit bereikt, in plaats daarvan vervult de brigade wekenlang bewakingstaken bij de bruggen van Grave.
Tilburg
Half oktober volgt de verplaatsing naar het Wilhelminakanaal ter hoogte van Oirschot, ter beveiliging van het vliegveld. De volgende operatie is de verovering van Tilburg. Na zware gevechten lukt het de brigade niet vanuit Hilvarenbeek tot in de stad door te dringen. Tilburg wordt op 26 oktober door de 15de Schotse Divisie ingenomen.
De winter van '44 en '45 wordt doorgebracht op Walcheren. De ingenomen Zeeuwse eilanden moeten worden beveiligd tegen overstekende Duitse patrouilles. Vanwege de vele aanwezige mijnen gebeuren daar nog veel ongelukken.
|