Colijnsplaat en de Verkenningsafdeling
Op 5 juni was weer een grote delegatie oudstrijders van de Irene Brigade te gast in Colijnsplaat. De herdenking en koorduitreiking was georganiseerd door de Charlie compagnie van 17 Painfbat GFPI en het Centraal Colijnplaats Buurtcomité en in nauwe samenwerking met de beide plaatselijke basisscholen. Aanleiding voor deze speciale gebeurtenis was het 400-jarig bestaan van het dorp. De banden van de Irene Brigade en dan met name de Verkenningsafdeling en het Zeeuwse dorp bestaan al weer zo'n 55 jaar. Een monument bij de kerk herinnert hieraan, de hoofdweg van het dorp is vernoemd naar de hier omgejkomen luitenant Havelaar en ieder jaar bij de dodenherdenking op 4 mei is een delegatie aanwezig van de Charlie compagnie van het 17de. Colijnsplaat, de Verkenningsafdeling en de Fuseliers; wat is het verhaal hierachter?
De Verkenningsafdeling
9 november 1944. Brigade-commandant De Ruyter van Steveninck, juist bevorderd tot kolonel, ontvangt orders voor de nieuwe taak van zijn Irene Brigade. Het wordt een bewa-kingstaak in Zeeland, onder bevel van de commandant van de 52ste Low-land Division, de divisie die met de 4de Commando-Brigade de verove-ring van Walcheren had uitgevoerd (begonnen op 1 november en voltooid een week later).
14 november 1944, 11 uur in de mor-gen. Vanuit Wuustwezel in België (26 km zuidwestelijk van Breda) vertrekt de Verkenningsafdeling (de "Recce") naar de nieuwe bestemming: Noord-Beveland. Daar aangekomen ontmoet Recce-commandant kapitein Im-mink een oude bekende, namelijk luitenant-kolonel J.B.A. Hankey. Voor de tweede keer zal de Neder-landse afdeling onder bevel komen van deze overste, commandant van de 52ste Verken-ningsafdeling van de 52ste Lowland. Eerder was dat al gebeurd tijdens acties in het land van Maas en Waal in september-okto-ber.
De Verkenningsafdeling wordt inge-kwartierd in Colijnsplaat. De bevolking is gevraagd om de Ne-derlandse militairen in te kwar-tie-ren. De soldaten zijn royaal met wit brood, scheepsbeschuit, blikjes vlees en boter...
Het dorp heeft nogal wat van de oorlog te lij-den gehad. Vanuit het nog bezet-te Schouwen wordt Colijnsplaat regelmatig door de Duitse artillerie on-der vuur genomen. Vooral veel rui-ten moeten het daarbij ont-gel-den.
Eerste luitenant Ian Jacob Ha-velaar is commandant van één van de twee Car-rier-troops van de Ver-ken-nings-afde-ling. De zeven carriers (licht ge-pantser-de rupsvoertuigen) van zijn troop staan geparkeerd in de Voorstraat.
Havelaar, geboren op 19 maart 1910 in Rotterdam, is een Engelandvaar-der. Voor de Nederlands Hervormde Kerk te Colijnsplaat
oorlog had hij als vrijwilliger dienst genomen bij
de Vaartuigendienst. Tijdens de bezet-ting monsterde hij aan als "trem-mer"
(stoker) op een schip dat voor de Duitsers voer, bestemming Zweden. Bij
aankomst daar ontsnapte hij. Na de nodige avonturen was hij per vliegtuig
naar Engeland gebracht.
Zoals alle Engelandvaarders werd ook hij door Koningin
Wilhelmina ontvangen. Bij die gelegenheid gaf hij te kennen dienst te willen
na-men bij de Prinses Irene Brigade. Met die Brigade was hij in augustus
in Normandië geland.
Hij is vast van plan zijn opdracht goed uit te voeren en het dorp Colijnsplaat te bewaken voor aan-vallen over het hem zo bekende wa-ter. Overdag worden er daarom drie waarnemingsposten aan de kust be-mand. 's Nachts zijn er patrouil-les.
Havelaar sneuvelt
25 november. In de vroege morgen worden de offi-cieren
en mannen van de Recce, die liggen te slapen in de hotels Zee-landia en
de Patrijs, gewekt door twee Zeeuwse boeren, M. Neerhout en M. Fortuin.
De eerste is een eva-cuée uit Zierikzee, on-dergebracht op de hoeve
van Cor de Regt. Hij vertelt dat een groep Duitsers, zwaar bepakt en gezakt,
zo'n 30 man, vanuit Schouwen met een bootje zijn geland. De groep heeft
bij de hoeve van de Regt een wagen mee-ge-nomen en is op weg naar het dorp.
Fortuin bevestigt het verhaal. Hij is boerenknecht in dienst van de Regt.
Hij was op weg naar de hoeve toen hij de Duitsers zag naderen. Onmiddellijk
is hij gekeerd en over het land bereikte hij het dorp. Daar kwam hij Neerhout
tegen, ook op weg om de Irene Brigade te waar-schuwen.
Het kost de beide mannen moeite om kapitein Immink te overtuigen. Ten-slotte besluit hij het zekere voor het onzekere te nemen en hij geeft luitenant Havelaar bevel naar de hoeve van de Regt te gaan. Neerhout moet mee, om de weg te wijzen.
Bij de afwateringssluis in Colijn-splaat komen ze
de Duitsers tegen. Er worden lichtkogels afge-vuurd.
De Duitse groep trekt zich terug. Het is inmiddels
laag water geworden en daardoor onmogelijk om snel met hun boot van het
eiland te komen. In de
buurt van de hoeve aan de West-Zee-dijk graven
ze zich in.
De troop van Havelaar nadert hen zo dicht mogelijk. De mannen verlaten de carriers en kruipen naar de dijk. De luitenant richt zich boven op de dijk op, om met zijn verre-kijker, de situatie te observeren. Onmiddellijk valt hij terug, ge-trof-fen in het hoofd, door wat een toe-valstreffer moet zijn geweest.
De strijd brandt daarop los. Er wordt steun gevraagd en gekregen van een Engelse artillerie-batte-rij, opgesteld bij Nieuwland. De bewoners van de hoeve van de Regt hebben dan al te horen gekregen dat ze zo snel mogelijk in de kelder moe-ten. Het eerste schot van de Engelse artillerie valt boven op de kruin van de dijk. Na enkele schoten, staan de Duitsers op, hun handen in de lucht. Twee van de groep van 25 zijn gewond, hun commandant is ge-dood.
Ook Havelaar is overleden, eerste hulp heeft niet mogen baten. Zijn lichaam wordt op een boerenwagen gelegd, op wat stro, een zeil erover. Zo trekt de stoet het dorp in. Voorop de gevangen genomen Duitsers, daarachter de boerenkar.
De bevolking van Colijnsplaat trekt zich het lot van de ongelukkige luitenant aan. Er wordt geprobeerd geld in te zamelen voor een kist. Hiervoor krijgt men geen toestem-ming: een soldaat moet zo worden begraven. Dit gebeurt de volgende zondag op de Algemene Begraaf-plaats.
Bij de verhoren van de Duitsers wordt pas duidelijk hoe groot de ramp had kunnen zijn als hun opzet zou zijn geslaagd. Grote hoeveelhe-den springstof worden aangetroffen bij hun uitrusting. De bedoeling was om de afwateringssluis op te blazen en hiermee grote delen van het eiland onder water te zetten. Verder zou de mannelijke bevolking moeten worden samengedreven in de Ned. Hervormde Kerk om daarna die kerk op te blazen.
Bij de Engelsen is waar-dering voor de actie van de Neder-landse recce. De commandant van de 156ste Brigade (52 Lowland Divisi-on) schrijft daarom in een brief aan de commandant van de 52ste Ver-kennings Afdeling:
"I would like to express to all concerned my appreciation
of the very smart piece of work of roun-ding up the enemy raiding party
which landed in North Beveland on the 25th November 1944.
In particular I would like to con-gratulate the
Recc Sqn of the Ne-therlands Brigade in playing a ma-jor part in frustating
an enemy attempt to a part of liberated Hol-land.
C. Barclay, Brg. Comd.
156 Inf. Bde."
Twee dagen later vertrekt de 52ste Verkennings Afdeling. Ze worden vervangen door Nr 4 Commando. De Recce van de Irene Brigade komt nu dus onder hun bevel.
Het monument
De bevolking van Colijnsplaat is dankbaar. Op 9
december 1944 wordt een comité opgericht "om te komen tot oprichting
van een gedenkteeken ter herinnering aan de bewaring van ons dorp op 25
November 1944. Het Comité heeft zich belast met het inzamelen van
gelden voor bedoeld gedenkteeken. Tevens stellen wij ons voor een gedeelte
van de bin-nenkomende gelden beschikbaar te stellen voor het Fonds van
nagela-ten betrekkingen van de Irene-Bri-gade, van wie luit. Havelaar voor
ons zijn leven liet. Binnen eenige dagen zal daartoe een gift van U worden
gevraagd", zo laat een schrijven uit die dagen weten.
Ere-voorzitter van het comité is kapitein
Immink.
De Verkenningsafdeling verlaat Co-lijnsplaat op 31 december en ver-trekt naar Kats. Luitenant Havelaar blijft achter, op de Algemene Be-graafplaats... Pas na de capitulatie van de Duitse troepen op 5 mei 1945, bereikt het droeve nieuws zijn echtgenote en familie. Enige maanden later wordt zijn stoffelijk overschot overgebracht naar het familiegraf in Hillegers-berg, Rotterdam.
In 1947 wordt een voorstel voor een monument inge-diend
bij het Secreta-riaat der Pro-vinciale Commissie voor Oorlogs- of Vredes-gedenktekens
in Middel-burg. Het voorstel wordt goedgekeurd en beeldhouwer J. Bijsterveld
uit Delft vervaardigt het monument. De hierop aangebracht tekst luidt:
"Ter herinnering
aan het afwenden van een
Duitse aanslag op de
sluis v/h Waterschap,
Oud en Nieuw Noord-Beveland
en deze kerk op
25 November 1944
------------
Uit dankbaarheid
aan: M. Neerhout
M.L. Fortuin
de Recce Unit van de
Brigade Prinses Irene
No.4 Commando B.L.A.
Lt. I.J. Havelaar
Een klein historisch foutje in de tekst: de toevoeging
No. 4 Commando had moeten zijn 52 Lowland Division. Pas ná de actie
op 25 november re-sorteerde de Recce onder No.4 Com-mando.
Een foutje dus, maar de intentie blijft dezelfde.
Vijf jaar later, op 25 november 1949, wordt het monument onthuld. Vrijwel de gehele plaatselijke be-volking is hierbij aanwezig. De voorzitter van het comité, bur-gemeester A.A. Schuit, leest een brief voor van de weduwe van luite-nant Havelaar, die niet bij de plechtigheid aanwezig kan zijn. Verder zijn er telegrammen van de waarnemend commandant van de Bri-gade, generaal Pahud de Mortanges, en kapitein Immink. De Commissaris van de Koningin in Zeeland, jhr.mr. A.F.C. de Casem-broot, onthult hierna het monument door het wegtrekken van een Engelse en een Nederlandse vlag. Mr. C.H. Muntz uit Rotterdam, een zwager van Havelaar, spreekt een dankwoord namens de familie.
Havelaarstraat
Eind 1952 wordt besloten om de ge-hele gemeente Kortgene, omvattende de dorpen Kortgene, Colijnsplaat en Kats, van nieuwe straatnaambordjes te voorzien. In een brief aan de weduwe H. Have-laar-Koch, de moeder van Havelaar, laat burgemeester Schuit weten:
"Bedoelde commissie heeft gemeend de nagedachtenis aan wijlen Uw zoon luitenant Havelaar nog meer leven-dig te kunnen houden door een der hoofdstraten van het dorp Colijn-splaat naar hem te noemen en deze straat de Havelaarstraat te noemen. Zoals U bekend is, werd destijds te zijner nagedachtenis een monument onthuld in de voorgevel van de Ned. Hervormde Kerk te Colijnsplaat. Deze straat loopt langs genoemde kerk."
Hiermee krijgt Colijnsplaat zijn Havelaarstraat. Geen ceremonie of onthulling deze keer, dat niet.
De helm aan de kerk
We schrijven juni 1982. De weduwe van Havelaar, mevrouw C.A. van Wijk-Dutilh, brengt een bezoek aan Colijnsplaat. Ze brengt de helm van de gesneuvelde luitenant mee, die tot die tijd was aangebracht op zijn graf aan Rotterdam. In een gesprek met de burgemeester ver-zoekt ze hem een passende lokatie te vinden voor die helm. Het gemeentebestuur stelt voor, na overleg met de kerkeraad van de Ned. Hervormde Gemeente, om de helm aan te brengen aan de kerk, bij het monument.
Eind december 1982 plaatst mevrouw van Wijk het hoofddeksel op de aan-ge-brachte steun bij de gedenkplaat. Ze noemt het "een rustig idee" dat de helm een bestemming heeft gekre-gen. "Ik hoef me er geen zorgen meer over te maken".
Mevrouw van Wijk-Dutilh komt op 4 mei 1987 weer naar Colijnsplaat. Op die dag adopteren de kinderen van de twee Colijnplaatse basisscholen "Open Hof" en "Het Stellenplankier" het monument bij de kerk. De adop-tie gebeurt op initiatief van de Stichting Februari 1941 en heeft vooral een symbolische betekenis. Het gaat erom dat door dit project de aandacht wordt gevestigd op oor-logsslachtoffers, de achtergronden enz. De kinderen krijgen het ver-haal van luitenant Havelaar, de Verkenningsafdeling en "hun" monument te horen. Mevrouw van Wijk legt samen met de kinderen bloemen bij het monument.
Charlie compagnie 17 Painfbat GFPI
In januari 1994 was de C(harlie)compagnie van 17 Pantserinfanteriebataljon Garderegiment Fuseliers Prinses Irene aan de beurt voor de organisatie van de traditionele koorduitreiking. Het destijds voor de militairen van de Irene Brigade ingestelde "invasie-fluitkoord" wordt sinds 1982 ook gedragen door de hedendaagse Fuseliers, als een eerbewijs voor hun traditiegevers. In Oirschot ontstond de gewoonte om die koorden aan de nieuwe Fuseliers te laten uitreiken door de oud-strijders van de Irene Brigade. Bovendien moet dit gebeuren op een voor de Brigade en het Garderegiment historische plaats. Majoor Rooyakkers, toen commandant van de compagnie, koos in overleg met de regimentscommandant voor de locatie Colijnsplaat.
Ruim veertig oud-strijders van de voormalige Irene Brigade kwamen op die 13e januari 1994 naar het Zeeuwse dorp. Onder hen ook een aantal oud-leden van de Verkenningsafdeling. Eén van hen, Ad Raaymakers, had ter voorbereiding enkele dagen eerder een verhaal verteld aan de leerlingen van de basisscholen. De scholen werden ook betrokken bij de herdenking op de dag zelf. Het werd een geslaagde dag, zowel voor de oud-strijders, de Fuseliers als voor de aanwezige en betrokken inwoners van Colijnsplaat.
Een maand of twee later ontving de C-compagnie dan ook een uitnodiging om op 4 mei aanwezig te zijn met een delegatie voor de dodenherdenking op 4 mei. Deze uitnodiging werd graag aanvaard en is inmiddels een jaarlijkse gewoonte geworden.
De betrokkenheid met de basisscholen werd ook aangehouden. Een jaar later nodigde de compagnie de leerlingen van de hoogste groepen van beide basisscholen uit voor een bezoek aan de kazerne in Oirschot. De leerlingen maakten graag kennis met de hindernisbaan, de wapens en de pantservoertuigen van de Fuseliers. Ook dit bezoek werd een succes en het zou daarom een tweejaarlijks vervolg gaan krijgen.
De scholen toonden hun betrokkenheid tijdens de uitzending van "hun" compagnie naar Bosnië. De Charlie-compagnie verbleef, als onderdeel van 17 (NL) Mechbat GFPI, van juni tot en met december 1996 in Knesevo. Daar ontvingen de Fuseliers tientallen kaarten en briefjes van de leerlingen, die allemaal werden beantwoord.
400 jaar Colijnsplaat
Bij de festiviteiten rond het thema "400 jaar Colijnsplaat"
is het daarom heel leuk dat hierbij ook wordt stilgestaan bij de Verkenningsafdeling
van de Irene Brigade en de Charlie compagnie van 17 Painfbat GFPI. Kaderleden
en Fuseliers van de compagnie hebben daarom met enthousiasme een programma
georganiseerd op vrijdag 5 juni. Centraal daarbij staan de oud-strijders
van de Irene brigade (zoals bij vrijwel alle regimentsactiviteiten), de
nieuwe Fuseliers die nog een koord moeten ontvangen en daarmee officieel
hun entree bij het regiment maken en, zeker niet op de laatste plaats,
de kinderen van de basisscholen van Colijnsplaat.
Tekst: H. Sonnemans
Archief: Gerard de Fouw