Bij de inhuldiging van koningin
Juliana in september 1948 paradeerde de ere-compagnie van het Garderegiment
Prinses Irene voor de eerste maal in het ceremoniële tenue. Bij het
ontwerp van het uniform, van de hand van Frans Smits sr., komt de geschiedenis van de Prinses Irene Brigade
tot uitdrukking. Het stamonderdeel van het regiment werd tijdens de oorlogsjaren
in Engeland opgericht, omvatte alle wapens en dienstvakken van de landmacht
en er werd tijdelijk een grote groep mariniers ingedeeld.
Het ceremoniële tenue
is daarom gebaseerd op de oeroude Britse infanteriekleding, een rode jas
met donkerblauwe broek. Ook de helmhoed is een typisch Britse infanteriehelm.
De helmplaat bestaat uit een vijfpuntige ster. Die ster herinnert aan de
geallieerde "invasiester" ,destijds aangebracht op de voertuigen. Het midden
van de ster is een oranje kokarde waarop het regimentsembleem (een banderolle
met de woorden "Prinses Irene" onder de koninklijke kroon) is aangebracht.
De punt op de helmhoed is die van het Korps Mariniers, terwijl de witmetalen
leeuwekoppen die de kinband vasthouden dezelfde zijn als die op de kolbak
van de Cavalerie en Koninklijke Marechaussee. Op de mouwopslagen met Britse
gardelissen zitten drie verschillende knopen, een algemene landmachtknoop,
een artillerie- en een genieknoop.
De officieren van de Fuseliers
dragen als enigen een smalle gouden band op de oranje officierssjerp. Dit
is niet bedoeld als bijzondere onderscheiding maar enkel om de niet zo
fraaie combinatie van oranje op rood wat te masceren.
Het Tamboerkorps van het Garderegiment Fuseliers Prinses
Irene, waarvan de traditie vandaag de dag wordt voortgezet door de Koninklijke
Militaire Kapel, draagt op het ceremoniële tenue naar Brits model op borst, rug
en mouwen lissen. Deze lissen zijn op Britse wijze geheel bezet met Nederlandse
koninklijke kronen.
De draagbandelier van de vaandeldrager van het regiment.
Omdat het scharlakenrood van de tuniek vloekt met oranje worden deze kleuren gescheiden door de officiersbandsjerp te voorzien van 2 biezen van goud.
Een fuselier houdt in de zogenaamde tweede rust zijn FAL-geweer met opgeplante bajonet aan de loop vast.
De CSM met stok draagt dezelfde sabel, de infanterie-officierssabel M1897, als de officieren, alleen draagt hij hem niet getrokken.
Op de rabatten (mouwomslagen) bevinden zich 3 geelmetalen knopen van vooroorlogs model, van de infanterie, van de artillerie en de genie.
Regimentscommandant (links vooraan) en vaandelwacht in ceremonieel tenue op het Binnenhof.
De draagbandelier van de vaandeldrager van het regiment.