In het voorjaar van 1999 beginnen NAVO-troepen luchtaanvallen op het
voormalig Joegoslavië en Kosovo met als inzet een humanitaire ramp in Kosovo te
voorkomen. Op 9 juni 1999 worden de bombardementen formeel beëindigd. De
Joegoslavische troepen dienen zich terug te trekken uit Kosovo en een
internationale vredesmacht KFOR wordt ontplooid. Nederland neemt deel met 1 (NL)
Geniehulpbataljon.
De nadruk van KFOR1 ligt op militaire veiligheid, KFOR2 zal zich gaan richten
op humanitaire projecten in Kosovo. 1 (NL) Geniehulpbataljon zal voor wat
betreft de infanteriebeveiliging worden ingevuld met de A-compagnie van 17
Painfbat GFPI.
Compagniescommandant Majoor E. Kaspers vertrekt begin januari 2000 met zijn "Alfa-tijgers".
Natuurlijk dragen zij het inmiddels bekende "Irenekoord" tijdens hun missie.
De compagnie komt aan op de base van het Geniehulpbataljon, Canauba Hill in
Prizren. Hier wordt de compagniescompound ingericht. Deze krijgt de naam "Sumatra"
als eerbetoon aan het 5e Indië-bataljon. De pelotonspost heet "Hedel" en
is gevestigd in Sredska, een klein dorp, centraal in het gebied van
verantwoordelijkheid.
Het wordt een periode van hard werken in het ruige landschap van Kosovo. Veel
patrouilleren en vooral heel veel verplaatsen. Het eerste peloton wordt ingezet
in Kosovska Mitrovica en de compagnie verleunt steun aan 1st (US) Batallion 63rd
Armor Regiment. Het hoogtepunt was de internationale samenwerking met de
Amerikanen en de Duitsers.
De rotatie terug naar Nederland komt eerder dan verwacht. In verband met de
deelname van het bataljon aan SFOR-10, komt de compagnie weer op 1 mei onder
bevel van het Geniehulpbataljon. Op 18 mei vertrekken de "Tijgers" naar
Nederland. Een succesvolle missie wordt afgesloten!