Start | Geschiedenis | Tradities | Regimentsverzameling | Verenigingen | Vaandeldrager | Agenda | Actueel

De actie bij Hedel  22-25 april 1945 (2) (1990)

TERUG

Ruim een uur duurt het verbitterde gevecht. Brenschutter Grootendorst wordt dodelijk getroffen. Zijn helper is en blijft vermist. Aangenomen wordt dat soldaat R.E. van den Beek krijgsgevangen is gemaakt. Helaas, precies zes weken later wordt zijn lichaam gevonden door inwoners van Hedel.

De situatie is hopeloos voor het peloton. Ook de verbinding met het hoofdkwartier, per 38-set (een klein draagbaar toestel) is uitgevallen. Luitenant de Roos komt aanrennen en geeft sergeant-majoor Huizinga opdracht zijn mannen terug te trekken bij de R.K.kerk en langs de Zaltbommelseweg. Snel nemen de mannen die nieuwe posities in. De vijand bezet onmiddellijk de huizen die de Irene-soldaten hebben verlaten.

De Roos rent weer terug naar de commandopost en rapporteert aan Paessens. De majoor wil de situatie zelf bekijken. Samen met zijn ondernemende "second in command" gaat hij op verkenning. Paessens is gewoon om de soms wat te roekeloze luitenant wat te temperen. Soms laat hij zich wel eens meeslepen. Hij vertelt later:

"We lagen in dekking onder een muurtje. De weg werd onder vuur genomen door een Duitse mitrailleurschutter. De Roos daagde me uit de weg over te steken. Hij zou dan wel de zaak in de gaten houden. Ik rende de weg over en gelukkig: die Duitser was net iets te laat ! Natuurlijk riep ik toen de Roos om te komen. Wat hij natuurlijk ook deed. Als je hier later over nadenkt: de commandant en zijn plaatsvervanger die een gevaarlijk spelletje spelen met een Spandau-schutter !"

De twee officieren ontdekken dat de vijand inmiddels is doorgedrongen tot de Protestantse Kerk, midden in het dorp.

Sergeant-majoor de Bruin heeft rond het middaguur de order gekregen met zijn peloton het oude landingspunt per Buffalo te verlaten. De mannen laten paal 26 achter zich en komen bij "het Oude Veer" aan land.

Het is half drie geworden als luitenant de Roos bij hem komt met nieuwe orders. Kort schetst de luitenant de ontstane situatie. De 30 mannen van het 1ste peloton moeten een tegenaanval ondernemen en de Duitsers weer uit de huizen drijven. Ze krijgen voor deze opdracht versterking van een sectie (10 man) van het tweede peloton. Een half uur later gaat het peloton, samen met de mannen van de sectie van sergeant Germans, op weg. De Roos houdt de leiding zelf in handen.

Het vuur van de Batterij Artillerie "aan de overkant", is uiterst precies. De waarnemers van de artillerie leveren prachtig werk. Ook de mortiergroep is inmiddels goed ingeschoten en geeft steun.

De infanteristen hebben het nodig. Het wordt een waar straatgevecht. Huis voor huis moet worden genomen. Handgranaten worden door de ramen naar binnen gegooid. Als een groepje Duitsers zich probeert te verschansen in de Protestantse Kerk, worden ze onmiddellijk gevolgd, met de bajonet op het geweer. In de kerk vinden man-tegen-man gevechten plaats. Luitenant de Roos geeft tijdens deze hele actie het voorbeeld, gaat voorop, springt over muurtjes, het pistool in de hand. Tegen zes uur zijn de oude posities weer ingenomen. Achttien dode Duitsers worden er dan geteld. Zeven krijgsgevangenen worden afgevoerd. Zes mannen van de Brigade zijn gewond geraakt, waarvan één door een bajonetsteek.

De mannen van het 1ste peloton nemen de posities in aan de noordrand van het dorp. Het peloton van Huizinga komt weer terug in de stellingen bij de Woerd.

Dit succesje kan het slechte nieuws echter niet verdringen. Op de commandopost komt het bericht door dat de Britse Mariniers bij Kerkdriel teruggeslagen zijn over de Maas. De totale operatie, met als doel bezetting van de Bommelerwaard, gaat niet meer door. Toch geeft de commandant van de 116e Brigade bevel het bruggehoofd bij Hedel in stand te houden.

De Hedelnaar W. van Engelen heeft nog met de Britten gesproken, kort voor de gevechten die zouden volgen. Vanuit zijn evacuatieadres is hij met zijn zusje naar de soldaten gaan kijken, die hun ontbijt gebruiken langs de kant van de Maas, onbewust van het dreigende gevaar. Later is hij, na zijn zusje in veiligheid te hebben gebracht, getuige van het debâcle. Kort daarna weet hij de Maas over te steken en zichzelf "te bevrijden".

Dezelfde middag is ook sergeant Kraay gesneuveld. De sergeant is ingedeeld als schutter van een Vickers-mitrailleur (van de ondersteuningsgroep van kapitein Post) bij het vierde peloton. Vanaf de dijk heeft hij een prima gezichtsveld, maar de positie blijkt tè gevaarlijk. Hij wordt getroffen door een kogel van een sluipschutter. Zijn helper, korporaal Schepers, raakt gewond.

De mannen van de Signals zijn de hele middag in de weer met het leggen van kabels voor veldtelefoonverbindingen. Er wordt ook een kabel gelegd over de Maas naar het Fort Crêvecoeur.

Ook de Buffalo's varen de hele middag op en neer. Voertuigen worden overgebracht. Ook het antitankgeschut van de ondersteuningsgroep (zes-ponders) arriveert in Hedel. De stukken krijgen hun positie in de buurt van de commandopost. Mannen van Gevechtsgroep II helpen bij het overbrengen van het materiaal. Munitie, verbandmiddelen, technisch reserve materiaal, alles komt op bestelling. Ook wordt materiaal geleverd voor prikkeldraadversperringen. Dit wordt gebruikt om de stellingen van het derde en vierde peloton, langs de oost-grens, te verstevigen.

Tegen acht uur komt ook personele versterking. Luitenant Dill en zijn peloton van Gevechtsgroep III worden overgevaren naar het gevechtsterrein. De verwachting is dat de hele derde Gevechtsgroep morgen zal arriveren. De luitenant en zijn mannen komen in reserve op een boerderij vlakbij de stellingen van het 2de peloton in de St. Janschool.

Die nacht gebeurt waar majoor Paessens bang voor is geweest: een vijandelijk patrouille weet het dorp binnen te dringen door de ruimte tussen de stellingen van het derde en het vierde peloton.

Een sectie van het derde, ontdekt de Duitsers gelukkig als snel. Sergeant-majoor Huizinga vraagt onmiddellijk artillerie-vuur aan. Die steun komt snel, en, zoals gewoonlijk, uiterst nauwkeurig. Even later worden vijf Duitsers aangetroffen bij een boerderij aan de straatweg. Eén van hen is ernstig gewond en de anderen geven zich zonder problemen over. Bij de verhoren blijkt dat er nog een zesde man moet zijn. Een zoekactie wordt op touw gezet, waarbij ook nog enkele mensen van luitenant Dill's peloton worden ingezet. De gezochte Duitser wordt snel gevonden. De man doet na zijn gevangenname nog een vluchtpoging: daarbij wordt hij door zijn bewakers neergeschoten.

De rest van de nacht blijft het rustig maar de Brigade-soldaten blijven waakzaam...

Dinsdag 24 april

De volgende morgen arriveren nog meer versterkingen in Hedel. Het 1ste peloton van sergeant-majoor Schoonen en het vierde van sergeant-majoor Kloots worden over de Maas gezet. De peletons van Gevechtsgroep III krijgen voorlopig een "recce-position", wat betekent dat ze ingezet kunnen worden voor patrouille-taken.

Ook arriveert de ondersteuningsgroep, onder commando van luitenant Theunissen. De verschillende secties van deze groep worden gevoegd bij de aanwezige secties van Gevechtsgroep I. De beide mortiersecties beschikken nu samen over zes 3 inch (= 8 cm) mortieren. De bij de commandopost geplaatste antitanksecties, hebben de beschikking over vier 6-ponder kanonnen en vier 2-inch mortieren. Verder zijn er nu twee secties met in totaal vier lichte 2cm kanonnen. De vier Vickers-mitrailleurs van de pas aangekomen ondersteuningsgroep worden ingedeeld bij de vier infanteriepeletons. Die peletons beschikken zelf ook nog eens over een 2 inch mortier.

Majoor Paessens beschikt over heel wat vuurkracht, in het kleine bruggehoofd Hedel. Vooral als je het ondersteunende artillerievuur erbij optelt. Dat zijn de zes stukken van de Batterij Artillerie (25-ponders) en ruim 20 stukken van de Britten.

Na aankomst van de versterkingen komt het bericht door dat Gevechtsgroep III niet in zijn geheel zal overkomen. Dit betekent feitelijk dat alleen de staf van Gevechtsgroep III niet in het bruggehoofd operationeel zal worden. Zoals het er nu uitziet wordt het bruggehoofd niet uitgebreid en het gebied is te klein voor het functioneren van twee gevechtsgroepen. Daarom krijgt Paessens de beschikking over mensen en materiaal van Gevechtsgroep III maar het geheel blijft onder één commando. Het Brigadehoofdkwartier stelt voor het geheel voortaan als "Battlegroup Paessens" aan te duiden. Vreemd eigenlijk, als men bedenkt dat dit gebaseerd is op het Duitse systeem op het einde van de oorlog. Allerlei formaties en eenheden worden dan door het Duitse hoofdkwartier op één hoop geveegd en aangeduid met de wijdse naam: Kampfgruppe. Zo'n Kampfgruppe wordt dan verder aangeduid met de naam van de commandant. Bekend voorbeeld is de Kampfgruppe Walther, aktief in Brabant tijdens operatie Market-Garden in september 1944.

Paessens vindt die aanduiding "battlegroup" blijkbaar ook een beetje vreemd, want hij gebruikt hem slechts één keer. Die middag ondertekent hij een order als "commandant battlegroup Huber". Huber is de majoor die tot 16 maart het bevel heeft gehad over Gevechtsgroep III.

Vanuit noordelijke richting nadert de Hedelnaar A. van Driel het dorp. Hij is, samen met zijn oom, op weg naar de boerderij aan de Korenstraat, zoals hij al eerder heeft gedaan. Bij de Hooiweg worden beide boeren onder vuur genomen. Snel draaien ze om maar komen nu onder Duits vuur te liggen. De mannen kruipen op hun knieën, richting verkeersweg. Ze kunnen nauwelijks meer ademen door de verstikkende kruitdampen. Als door een wonder worden ze niet geraakt en weten zich uiteindelijk in veiligheid te brengen.

De hele dag zullen dergelijk artillerieduels plaatsvinden. De verschillende peletons geven doelen door. De Duitse artillerie is iets minder aktief, behalve als het Britse artillerie-waarnemingsvliegtuig even uit de lucht is. Vanuit dit vliegtuig zijn de posities van die artillerie, opgesteld achter de Waal, goed waar te nemen. De Duitsers blijken er niets voor te voelen om een goed doelwit te vormen. Ze houden zich dan rustig.

In het gebied van het vierde peloton staat een uit 1940 daterende bunker. Deze bunker heeft schietsleuven in zuidelijk richting, in de richting van de, al maanden geleden opgeblazen, verkeersbrug. Voor de Duitsers daarom van nut en dus proberen ze de kazemat te bezetten. Onmiddellijk worden ze verdreven door de sectie van de sergeant de Blauwe. De sergeant wordt hierbij in zijn dijbeen gewond en afgevoerd.

Drie mannen met een Brenmitrailleur blijven achter om de bunker bezet te houden. Enkele uren later doen de Duitsers een nieuwe poging. Luitenant Rueb en enkele van zijn mensen weten dit te voorkomen. Enkele Duitsers worden gewond en gevangen genomen. Eén van hen wordt gedood.
Tegen het einde van de middag wordt de bezetting van de bunker weer opgeheven. De positie blijkt toch tè gevaarlijk.

's Morgens worden mijnen ontdekt bij het landingspunt. Veiligheidshalve maken de Buffalo's daarom geen gebruik meer van de plaats waar eerst de oude schipbrug heeft gelegen. De landingen vinden op een plek ernaast plaats, wat wel iets minder ideaal is.
Het peloton van luitenant Buisman, het tweede peloton van Gevechtsgroep III, krijgt opdracht het terrein van mijnen te zuiveren, samen de twaalf Britse Engineers. Het peloton is zojuist teruggekeerd uit Tilburg, waar ze het hoofdkwartier van Netherlands District hebben bewaakt.

Om kwart voor zes die middag, meldt de "Springbok" (= uit Zuid-Afrika afkomstige vrijwilliger) luitenant aan majoor Paessens dat zijn taak is uitgevoerd. De Buffalo's die middag o.a. nog twee 6-ponder anti tank kanonnen van Gevechtsgroep II hebben overgebracht, kunnen nu weer de gebruikelijke route gaan volgen.

Nog geen kwartier later ontploft een mijn. Niet bij het landingspunt, maar midden in het dorp. Een brenguncarrier loopt erover en wordt door de hevige explosie op z'n kop gegooid. Soldaat Schortinghuis komt half onder het vier ton wegende rupsvoertuig terecht en wordt onmiddellijk gedood. De andere drie inzittenden raken gewond.

Hospitaal-soldaat Siem de Waal van Gevechtsgroep II zit aan de overkant op het Fort Crêvecoeur. Hij maakt notities in zijn dagboek. De velletjes worden verstopt in zijn gasmaskertas. Het is namelijk om veiligheidsredenen niet toegestaan dergelijke aantekeningen bij te houden.

"Idiote wereld: heerlijk tussen lakens geslapen en dien jongens aan de overkant maar knokken. Ik ontdek dat Cor zijn pijp, zijn onafscheidelijke pijp, heeft laten liggen en besluit hem terug te brengen. Zodoende kom ik onofficieel in Hedel. De jongens liggen er goed verdekt langs de straat want er wordt uit een bunker op hen geschoten. Ik ben als bijna de straat doorgewandeld als Jansen van de bunker verteld. Dan dek ik maar zo gauw ik kan.

Er liggen 17 dode Duitsers en ze geven het maar niet op. Er zijn gevechten van man tegen man geweest maar nu is het even rustig. Cor heeft de doden bij elkaar gebracht en was juist bezig een veroverde pijp schoon te maken. Kleine "Joepie" (Brabander) is zwaargewond. De sergeant Kraay is door Cor in de tuin begraven. Werd geschoten toen hij orders kreeg om vanaf de kruin van een dijk op de Duitsers in het koolveld te schieten, volgens Cor een zelfmoordorder. Arme Kraay.

Ik spreek dokter Bakker nog even, die volgens de jongens een reuzevoorbeeld is geweest. Er komt veel artillerievuur en er vallen weer granaten rondom ons. Er is een flinke brand ontstaan en de gevechten zijn soms met bajonet. De Derde Unit is nu ook geheel over.

Toon R. uit Kaapstad vertelde me ook een vreemde geschiedenis. Ze zaten in de bunker toen een Duitser de deur opentrok en hen eruit sommeerde. "Hij had ons allemaal voor de voet kunnen schieten" zegt Toon, "We waren volkomen overrompeld. Maar hij liet ons rennen en kroop zelf in de bunker." Ongelooflijke ontkoming. Was dit een bijzondere mensenvriend ? De man werd later met een vlammenwerper verkoold in de bunker aangetroffen.

De Waal komt die avond nog in gewetensproblemen. Hij gaat mee met het peloton van luitenant van Voorst tot Voorst dat aan de zuidkant van de Maas, oostelijk van de spoorbrug, stellingen betrekt. Die avond trapt de luitenant op een schoenmijn. Hij verliest daarbij een gedeelte van zijn linkerbeen. De Waal verbindt hem en geeft hem een shot morfine tegen de pijn. Daarna volgt een moeilijk tocht per brancard langs de dijk, ruim twee kilometer. De luitenant heeft hevige pijn, hoewel hij toch de volle dosis morfine heeft gehad. Per jeep wordt de zwaargewonde officier naar het hospitaal afgevoerd, waarbij de Waal nog een waarschuwing betreffende de morfine meegeeft. "Ik holde weer terug met Jan naar het huis en redderde eerst mijn tas weer een beetje op. Ik kwam toen tot een nare ontdekking. Ik had namelijk in mijn ene broekzak de morfine en inde andere de jodium voor de lichte gevallen. In het duister had ik echter de naald door het rubber van de jodiumfles gestoken en hem dus jodium in plaats van morfine gegeven ! En ik kon maar niet begrijpen dat hij in zo'n pijn bleef verkeren. Maakte me doodongerust maar er was geen pest meer aan te doen. Jammer ! Heb de jodium nooit meer bij gedragen in de broekzak van die tijd af."

Grote hilariteit op het landingspunt als aalmoezenier Laureijssen komt aanwandelen met een krijgsgevangene die hij in toom weet te houden met een stuk hout, verborgen onder zijn overjas. Het resultaat van een uitstapje met de sectie van sergeant van Besouw. Een paar uur later is het verhaal al zover aangedikt dat het nu om vijf krijgsgevangenen gaat !

's Avonds komen de commandanten bijeen in het "battle-HQ" in de slagerswinkel. Er zijn wat verschuivingen geweest in de posities. Het peloton van sergeant-majoor Schoonen heeft in het begin van de avond de stellingen overgenomen van het derde peloton. Sergeant-majoor Huizinga en zijn mensen krijgen een welverdiende rust en komen in reserve in een boomgaard in het centrum van het dorp. Het peloton van sergeant-majoor Kloots bezet vanaf de middag een nieuw steunpunt, namelijk de boerderij en de boomgaard van de Woerd, vlakbij de stellingen van Schoonen.
Majoor Paessens waarschuwt zijn commandanten: "Als de Duitsers morgen niet komen, komen ze nooit meer !" Hij zal gelijk blijken te hebben...
Om tien uur nog wat vijandelijk artillerievuur, oostelijk van Bokhoven. Dan wordt het rustig. Al met al is het een rustige dag geweest...

Woensdag 25 april

Het is nog donker als de mannen van het vierde peloton ruw worden gewekt door Duits artillerie-, mortier- en mitrailleurvuur. Luitenant Rueb kijkt op zijn horloge: het is kwart over vijf. Via de radio meldt hij de commandopost dat zijn peloton wordt aangevallen en onmiddellijk versterking nodig heeft. De 2-inch mortier van het peloton begint te vuren in oostelijke richting van de verkeersweg. De verwarring is groot. Het peloton bestaat voornamelijk uit jonge en nog onervaren militairen. Ze worden goed geleid door de zeer ervaren sectie-commandanten.

Eén van die secties wordt vrijwel geheel uitgeschakeld als een voltreffer van een Panzerfaust inslaat. De waarnemend commandant, korporaal de Boer, is half verblind van de explosie. Hij blijft bij zinnen en weet zijn groep terug te trekken naar de boomgaard waar ook de eerste sectie ligt.
Sectie 2, noordelijk van het viaduct, wordt ook verrast. Ze kunnen enkel maken dat ze wegkomen, hun aftocht dekkend met handgranaten. Minstens één vijandelijke soldaat wordt hierdoor gedood.
Naar later zal blijken heeft een compleet Duits bataljon (ongeveer 1200 man) de aanval ingezet. Het lawaai van het gevecht is oorverdovend en wekt ook verwarring in de hand.
In zijn hoofdkwartier probeert majoor Paessens zich een beeld te vormen van de ontstane situatie. Het uitschakelen van het 4de peloton zou een bedreiging van de commandopost kunnen betekenen. Het derde peloton zal onmiddellijk in actie moeten komen.

Nog voordat de majoor dit bevel heeft kunnen doorgeven, roept luitenant de Roos: "Majoor, die kerels moeten er uitgedonderd worden !" Meteen rent hij de commandopost uit. Binnen enkele minuten verzamelt hij een man of tien (koks, ordonnansen, mensen van de anti-tanksectie). Met dit geïmproviseerde groepje rende hij naar het bedreigde peloton.

Onderweg wordt nog iemand van de mortiergroep "ingelijfd".

De pelotons-commandopost van luitenant Rueb is inmiddels bijna door de Duitsers ingenomen. Ze zitten in de tuin en hebben zich in de gebouwen achter de boerderij verschanst. Toch weet luitenant de Roos de post te bereiken. Via de veldtelefoon meldt hij de majoor: "Ik zit hier, stuur direct versterking, anders ben ik het kwijt !" De toestand is kritiek.

Een hevige vuurstoot heeft de 2-inch mortier van het peloton buiten gevecht gesteld. Twee mannen raken zwaargewond. Eén van hen wordt door Rueb en korporaal Tiemersma naar binnen gedragen. De andere, soldaat van Veenendaal, zal de volgende dag aan zijn verwondingen bezwijken.

Sergeant Germans rent het gebouw binnen om hulp ... lees verder

© 2006-2010 Stichting Brigade en Garde Prinses Irene, Oirschot. Alle rechten voorbehouden. Overname alleen na uitdrukkelijke schriftelijke toestemming. Contact via: postbus@fuseliers.nl

TERUG

 

Start  Geschiedenis  Tradities  Regimentsverzameling  Verenigingen  Vaandeldrager  Agenda  Actueel