| Uit: Persbericht Koninklijke
Landmacht
Het 17
Pantserinfanteriebataljon Garde Fuseliers Prinses Irene,
gelegerd op de Generaal-majoor de Ruyter van Steveninck
kazerne te Oirschot, vertrekt dinsdag (22 oktober) naar
Bosnië-Herzegovina. Daar vormt de eenheid, als 1 (NL) Mechbat
GFPI met bijna zevenhonderd manschappen vanaf begin november
het leeuwendeel van de Nederlandse bijdrage aan de NAVO-missie
Stabilisation Force (SFOR).
Onder deze
eerste groep militairen bevindt zich ook de
bataljonscommandant luitenant-kolonel Harold Jacobs. De rest
van het bataljon zal op verschillende data tot en met 8
november volgen. De militairen worden zes maanden in Bosnië
gestationeerd waar ze de zogenoemde SFOR-rotatie 12 aflossen.
Het personeel van deze groep is vooral afkomstig van 43
Gemechaniseerde Brigade.
De Nederlandse
deelname aan SFOR bestaat voor de Koninklijke Landmacht
hoofdzakelijk uit een gemechaniseerd bataljon en een
logistieke ondersteuningseenheid. Het bataljon heeft als
hoofdtaak zorg te dragen voor vrede en veiligheid in het
inzetgebied. Dit gebied bestrijkt een oppervlakte ter grootte
van de provincie Noord-Brabant. Naast dit gemechaniseerd
bataljon levert 13 Gemechaniseerde Brigade uit Oirschot ook de
logistieke eenheid, National Support Element (NSE) genaamd.
Dit NSE wordt gevormd door 13 Herstelcompagnie uit Oirschot,
aangevuld met militairen uit de hele landmacht. Zij vertrekken
vanaf 28 oktober en zijn verantwoordelijk voor de logistieke
ondersteuning van alle Nederlandse militairen in
Bosnië.
Voor de duur van de
missie is aan het NSE een Roemeens Transportpeloton toegevoegd
en aan 1 (NL) Mechbat GFPI een Bulgaars Infanteriepeloton.
Tijdens de in september gehouden eindoefening Rhino
Preparation 2002, in de Brabantse Kempen, hebben de
Nederlanders, Bulgaren en Roemenen al met elkaar samengewerkt.
|